Australische parkieten

Nymphicus
Valkparkiet (Nymphicus hollandicus)
D: Nymphensitticch - GB: Cockatiel
Maten en gewichten
Lengte: 32 cm - gewichten: man 80-102 gram, pop 89-92 gram – Ringmaat: 5,4 mm.

Omgeving en gedrag
De Valkparkiet komt bijna in geheel Australië voor in de meeste typen open land, maar zelden ver van water. Hij is echter niet aan één streek gebonden; met uitzondering van de grasparkiet is het de vogel die het meest rondtrekt. Dit wordt bepaald door het wel of niet beschikbaar zijn van voedsel en water. In het noorden van het continent is dit sterker dan in het zuiden: daar zijn de bewegingen meer aan het seizoen gebonden. Deze parkiet wordt in de natuur het meest aangetroffen in groepjes van twee tot twaalf vogels; soms worden er zelfs groepen van enkele honderden exemplaren gevormd. Hij bevindt zich veel op de grond op zoek naar voedsel, omdat hij bijna geheel afhankelijk is van de zaden van grassen en struiken. ’s Morgens en ’s avonds wordt er gedronken; de vogel mag daarbij graag in het water staan. Overdag zit hij vaak in de lengterichting op (dode) takken te rusten; dit geeft een goede camouflage. In de volière is dit gedrag ook wel waar te nemen. De valkparkiet is in de natuur een algemeen voorkomende vogel; hij is de snelste vlieger van alle Australische kromsnavels. Hoewel hij daar vrij schuw is past hij zich in de volière toch gemakkelijk aan.

Alisterus
Australische koningsparkiet (Alisterus scapularis)
D: Königssittich - GB: King parrakeet
Maten en gewichten
Lengte: 43 cm – Gewichten: man 209-227 gram, pop 220-275 gram – Ringmaat: 7 mm.

Omgeving en gedrag
De koningsparkiet is een algemeen voorkomende vogel in de kustvlakten en berggebieden van oostelijk Australië, tot een hoogte van 2000 meter. Hij is van nature een bosvogel die zich ophoudt op de benedenverdieping van (eucalyptus) bossen en subtropisch regenwoud; hij laat zich echter ook regelmatig zien in daaraan grenzende meer open, licht beboste terreinen, en in graanvelden en boomgaarden. Hoewel deze vogel van nature een boombewoner is komt hij wel op de grond om te eten en te drinken. Vooral buiten het broedseizoen komt hij in redelijke aantallen in de parken en tuinen van steden en dorpen, waar hij erg tam is. De koningsparkieten vliegen gewoonlijk rond in paren of kleine groepen. In de herfst verzamelen de jonge vogels zich in groepen van twintig tot dertig stuks. Het grootste deel van de dag wordt doorgebracht met het zoeken naar voedsel en met het rusten in bomen en struiken. Het zijn sterke vliegers die niet zo lawaaierig en actief zijn als de meeste andere Australische parkieten.

Groenvleugel koningsparkiet (Alisterus chloropterus)
D: gelbflügel Königssittich - GB: Green-winged king parrakeet
Maten en gewichten:
Lengte: 36 cm – Ringmaat: 7 mm.


Omgeving en gedrag
Dit zijn vogels van de bossen van het laagland en de lagere berghellingen van de eilanden waar ze voorkomen. Daarin hebben ze een voorkeur voor kleinere bomen en lagere takken van grote bomen; ze komen zelden in de toppen. Het zijn van nature rustige vogels die zich dicht laten benaderen. Ze zijn vaak alleen of in groepjes van twee of drie stuks.

Ambon koningsparkiet (Alisterus amboinensis)
D: Ambon Königssittich - GB: Amboina king parrakeet
Maten en gewichten
Lengte: Ambon 41 cm, Buru, 40 cm, Halmahera 37 cm, Salawati 38 cm. – Ringmaat: 7 mm

Omgeving en gedrag
Deze vogels komen alleen voor op een aantal eilanden van Indonesië, de namen wijzen daar al op. Er zijn er dus niet echt veel van en mogelijk is dat één van de redenen waarom ze zo weinig in de volières voorkomen. Ze zoeken in de natuur dezelfde omgeving op als de groenvleugel koningsparkiet: bos van het laagland en van de lagere berghellingen. Daar zijn ze gewoonlijk alleen of in paren, rustig voedsel zoekend tussen het dichte gebladerte van de lagere takken van de bomen. Ze komen weinig op de grond.


Aprosmictus (Aprosmictus erythropterus)
Roodvleugel parkiet
D: Rotflügelsittich - GB: Red-winged parrakeet
Maten en gewichten
Lengte: 32 cm – Gewichten: man 120-146 gram, pop149 gram – Ringmaat: 6 mm.

Omgeving en gedrag
Er bestaat voorkeur voor een open landschap met eucalyptusbomen en acaciastruiken en voor bomen langs waterlopen. Roodvleugels zijn vooral boombewoners; ze komen weinig naar de grond en bevinden zich zelden ver van water. In hun verspreidingsgebied zijn het algemeen voorkomende vogels. Ze houden zich op in paren of gezinsgroepen, hoewel buiten het broedseizoen wel groepen van vijftien tot twintig exemplaren worden gesignaleerd. Ze laten zich niet dicht benaderen. De mannen zijn duidelijk de baas; ze zijn vaak niet erg voorkomend tegenover de poppen. Ze tonen zelden enige genegenheid en zijn eerder kwaadaardig, hoewel dat niet voor ieder man opgaat. Er zijn er echter die er agressief achter een pop aan kunnen jagen. U moet dan ook oppassen als u een volwassen paar samenbrengt; dit verloopt niet in alle gevallen vlekkeloos, vooral niet als een nieuwe pop bij een al aanwezige man wordt ingebracht. Meerder paren moeten eveneens niet te dicht bij elkaar worden gehuisvest, omdat de mannen dan meer (agressieve) aandacht voor elkaar hebben dan voor hun partner en kweekresultaten uit kunnen blijven.

Polytelis (Polytelis swainsonii)
Barraband parkiet
D: Schildsittich - GB: Barraband parrakeet
Maten en gewichten
Lengte: 40 cm – Gewichten: man 133-157 gram, pop 145-155 gram – Ringmaat: 6 mm.

Omgeving en gedrag
Barrabands hebben een voorkeur voor open graslanden met grote bomen en savannen met struiken. Ze staan bekend als vogels die zich slechts op enkele kilometers van een rivier of waterloop ophouden. Ze zijn echter wel een enkele keer waargenomen in graangebieden op vijfenzestig kilometer daar vandaan. Hoewel ze maar een beperkt verspreidingsgebied hebben komen ze daarbinnen toch algemeen voor. Het gehele jaar door laten ze zich in kleine groepen zien, en in het broedseizoen is geen duidelijke scheiding in paren te constateren. Ze zijn het meest actief in de vroege morgen en de late middag, wanneer ze op de grond op zoek zijn naar graszaden of in de boomtoppen naar bloesems. De rest van de dag gedragen ze zich stil en rustig in een boom. Bij de liefhebber staan ze bekend als vrij tamme en vertrouwde volièrebewoners.


Bergparkiet (Polytelis anthopeplus)
D: Bergsittich - GB: Rock pebbler parrakeet
Maten en gewichten
Lengte: 40 cm – Gewichten: man 170 gram, op 175 gram – Ringmaat: 6 mm.

Omgeving en gedrag
De bergparkiet komt voor in open bos, in bomen langs wegen en waterlopen en in graanvelden en boomgaarden; daarnaast in terreinen met struikachtige tot drie meter hoge eucalyptussen. Hij is in de natuur minder algemeen. Ze worden in de meeste gevallen aangetroffen in paren of kleine groepen, hoewel af en toe vluchten van zo’n drie- tot vierhonderd exemplaren worden gesignaleerd. ’s Nachts slapen ze in bomen langs oevers van waterlopen. Overdag vertonen ze het gedrag dat van veel parkieten in de natuur bekend is: ’s morgens voedsel zoeken, overdag rusten in de beschutting van bomen of dicht struikgewas bij het voedselgebied, tegen de avond weer voedsel opnemen en dan vertrekken naar de slaapplaatsen, waar ze eerst nog weer drinken. Het zijn sterke vliegers, die echter minder actief zijn dan bijvoorbeeld de Barrabands.

Prinses van wales parkiet (Polytelis alexandrae)
D: Princess of Walessittich - GB: Princess of Wales parrakeet
Maten en gewichten
Lengte: 45 cm. – Gewichten: man 92 gram. – Ringmaat: 6 mm.


Omgeving en gedrag
Centraal Australië heeft het op één na grootste woestijngebied ter wereld; er komt daar echter wel enige begroeiing voor. Er zijn uitgestrekte vlakten waar spinifex-gras groeit, terwijl er ook wel terreinen zijn met eucalyptusbomen en acaciastruiken. De grotere bomen staan vooral langs de sporadische waterlopen. Dit uitgestrekte en verlaten gebied vormt de verblijfplaats van de Prinses. Deze parkieten zijn sterk nomadisch; ze zijn zelden of nooit lang op één plaats aan te treffen; dit komt vooral omdat ze water en voedsel volgen, dat beschikbaar is als er regen valt. Dat gebeurt echter niet vaak en het is niet te voorspellen. Daarom ook is het onbegonnen werk deze vogel op te sporen en deze uitgestrekte woestenij . Het is dan ook wel verklaarbaar dat de Prinses als zeldzaam en bedreigd wordt beschouwd. Omdat er zo weinig over bekend is zou dat toch best mee kunnen vallen, hoewel volgens de ‘Atlas of Australian birds’ deze parkiet in de vrije natuur voor het laatst is gezien in 1981. Prinsessen laten zich veelal zien in paren of kleine groepjes, en een enkele keer in wat grotere vluchten. Ze zijn ’s morgens en ’s avonds het meest actief, en dan scharrelen ze veel op de grond op zoek naar zaden. De rest van de dag kunnen ze langdurig met de kop in de veren zitten. Sommige liefhebbers worden dan wel eens ongerust, omdat ze een zieke indruk maken. Meestal is er echter niets aan de hand. De pop heeft vaak wat meer in te brengen dan de man; de laatste kan een groot deel van het jaar haar het hof maken.

Purpureicephalus (Purpureicephalus spurius)
·Roodkap parkiet
D: Rotkappensittich - GB: Red-capped parrot
Maten en gewichten
Lengte: 37 cm. – Gewichten: man 105-156 gram, pop 98-135 gram. – Ringmaat:
6 mm.

Omgeving en gedrag
Het verspreidingsgebied in Zuidwest-Australië is vrij klein; daarbinnen komen deze vogels voor in verschillende terreinen, van dichte eucalyptuswouden tot meer open streken met bomen rond cultuurgronden of langs wegen en waterlopen; zelfs in parken en boomgaarden zijn ze aan te treffen. Van belang is bij dit alles vooral de aanwezigheid van twee soorten eucalyptussen, omdat ze een sterke voorkeur hebben voor de zaden daarvan. Ze komen in de natuur algemeen voor. De volwassenen leven gewoonlijk in paren, terwijl de jongen zich aansluiten in groepen van twintig vogels of meer. Roodkap parkieten zijn erg actief en vliegen veel. Omdat ze daardoor in een prima conditie blijven mag de volière minstens vijf meter lang zijn. Ze moeten bij voorkeur op een wat rustige plaats worden ondergebracht, omdat het van nature schuwe vogels zijn; ;ondanks een jarenlange kweek in onze volières vertonen ze op een enkele uitzondering na nog weinig neiging deze schuwheid af te leggen. Ze zijn verder vrij agressief en onverdraagzaam. Geef daarom elk paar een ruimte voor zich en doe er ook geen andere vogels bij in.

Barnardius (Barnardius barnardius barnardi)
Barnard parkiet

D: Barnardsittich - GB: Barnard’s parrakeet
Maten en gewichten
Lengte: 35 cm. – Gewichten: man 111-143 gram, pop 105-138 gram. – Ringmaat: 6mm
.

Omgeving en gedrag
De Australische naam voor de Barnard parkiet is mallee ringneck parrot. Hiermee wordt verwezen naar het terrein waar hij een voorkeur voor heeft. Met ‘mallee’ worden meerdere soorten eucalyptussen aangeduid, die in een droge omgeving voorkomen en een struikachtig uiterlijk hebben. Er is dus geen sprake van één stam, maar van een aantal uit de bodem ontspruitende kleine stammetjes. De Barnards zijn echter ook wel te vinden in open bos en in bomen rond cultuurgrond en langs waterlopen. Ze komen vrij algemeen voor en houden zich het meest op in paren of kleine groepen, bestaande uit ouders en jongen. Ze lopen dan op de grond op zoek naar voedsel of zitten op de buitenste takken van eucalyptusbomen. Ze rusten op het Heetste deel van de dag. Hun agressiviteit laat niet toe dat ze met andere bewoners in één volière worden ondergebracht.

Cloncurry parkiet (Barnardius barnardius macgillyvrayi)
D: Cloncurrysittich - GB: Cloncurry parrakeet
Maten en gewichten
Lengte: 33 cm. – Gewichten: man 120-128 gram, pop 99-106 gram. – Ringmaat:
6 mm.

Omgeving en gedrag
Het woongebied loopt van golvend en vrij droog heuvelachtig terrein tot grote gebieden met open graslanden, open bossen, dicht struikgewas en grotere waterlopen. Er is een duidelijke voorkeur voor grotere eucalyptusbomen langs zulke wateren en daarin zijn ze iets anders van aard dan de Barnard. Verder lijken ze er in hun gedrag veel op, hoewel ze wat rustiger en minder luidruchtig zijn. Ze vliegen in paren of in gezinsverband rond.

Port lincoln parkiet (Barnardius zonarius zonarius)
D: Bauer’s Ringsittich - GB: Port Lincoln parrakeet
Maten en gewichten
Lengte: 37 cm. – Gewichten: man 142-170 gram, pop 121-136 gram. – Ringmaat: 6 mm.


Omgeving en gedrag
De Port Lincoln is een vogel die zich vrij gemakkelijk aanpast en daardoor in verschillende gebieden voorkomt: dichte bossen langs de kust, halfdroge eucalyptusbossen, terreinen met acacia-, casuarina- en eucalyptusstruiken en daarnaast rond graanvelden. Ze komen veel voor in de buurt van water, omdat ze daar niet lang zonder kunnen. Daardoor broeden ze dan ook in veel gevallen in hoge bomen lans waterlopen. Ze zijn in de genoemde terreinen algemeen tot zeer talrijk. In West-Australië is dit de meest verspreide en de best bekende parkiet. Ze worden gezien in paren of in kleine groepen, vaak voedsel zoekend op de grond of in de takken van bomen en struiken.

Twenty eight parkiet (Barnardius zonarius semitorquatus)
D: Kragensittich - GB: Twenty eight parrakeet
Maten en gewichten
Lengte: 40 cm. – Gewichten: man 142-191 gram, pop 134-199 gram. – Ringmaat: 6 mm.


Omgeving en gedrag
De twenty eights vertonen hierin erg veel gelijkenis met de Port Lincolns. Ze brengen echter meer tijd in de bomen door. Het zijn van de Barnardius-soorten de vogels die in het natste gebied voorkomen, waar bomen tot vijfentachtig meter hoog groeien. Ze vliegen daardoor vaak hoger dan hun verwanten. Voor het overige kan hier worden verwezen naar de Port Lincoln.

Platycercus (Platycercus caledonicus)
·
Geelbuik rosella
D: Gelbbauchsittich - GB: Yellow-bellied rosellat
Maten en gewichten
Lengte: 37 cm. – Gewichten: man 105-165 gram, pop 90-130 gram. – Ringmaat:
6 mm.

Omgeving en gedrag
Geelbuik rosella’s zijn op vrijwel geheel Tasmanië aan te treffen. Hun leefgebied varieert van bergen met dichte wouden via golvende, met bomen en struiken bedekte heuvels tot open cultuurgronden. Ze passen zich daar vrij gemakkelijk aan en zijn daarom talrijk. Buiten de broedtijd verzamelen de volwassenen zich in groepjes van vijf tot tien vogels, terwijl de jongen een gezelschap van twintig of meer leeftijdgenoten op prijs stellen. Ze zijn sterk aan hun omgeving gebonden.

Pennant rosella (Platycercus elegans)
D: Pennantsittich - GB: Pennant’s parrakeet
Maten en gewichten
Lengte: elegans 36 cm, nigrescens 32 cm, melanoptera 34 cm. – Gewichten: man elegans 123-169 gram, pop elegans 112-146 gram, man nigrescens 112-120 gram. – Ringmaat: 6 mm.


Omgeving en gedrag
Pennanten zijn aan te treffen in zowel bergen, heuvels als vlakten, als er maar sprake is van goed bebost terrein. Ze zijn daar algemeen tot talrijk en bevinden zich veel op de grond op zoek naar voedsel. Het zijn voornamelijk bosvogels die daar in kleine groepen rondvliegen. De man is de dominante partner.

Strogele rosella (Platycercus flaveolus)
D: Strohsittich - GB: Yellow rosella
Maten en gewichten
Lengte: 34 cm. – Gewichten: man 110-135 gram, pop 105-117 gram. – Ringmaat: 6 mm.


Omgeving en gedrag
De strogele rosella heeft slechts een beperkt verspreidingsgebied; dit bevindt zich voornamelijk langs de rivieren Murray en Murrumbidgee en de zijtakken daarvan. Ze zijn daar algemeen en hebben een voorkeur voor de rode riviereucalyptussen. Ze zoeken vaak naar voedsel in de buitenste takken hiervan en paren of kleine groepen. In hun gedrag komen ze verder overeen met de Pennant rosella.

Adelaide rosella (Platycercus adelaidae)
D: Adelaidesittich - GB: Adelaide rosella
Maten en gewichten
Lengte: 35 cm. – Gewichten: man 112-165 gram, pop 100-160 gram. – Ringmaat: 6 mm.


Omgeving en gedrag
Deze parkieten komen voor in een gebied dat ongeveer zo groot is als Nederland, gelegen rond de Zuid-Australische stad Adelaïde. Ze zijn niet erg kieskeurig ten aanzien van hun leefomgeving en zijn te vinden in beboste valleien, in open bos, in bomen langs wegen en waterlopen en rond cultuurgronden. Ze blijven meestal in dezelfde omgeving en trekken dus niet weg.

Rosella (Platycercus eximius)
D: Rosellasittich - GB: Eastern rosella
Maten en gewichten
Lengte: 31 cm. – Gewichten: man 97-120 gram, pop 90 gram. – Ringmaat: 5,4 mm.


Omgeving en gedrag
Rosella’s komen voor in savannes met bos, in open bos, in bomen langs waterlopen en rond graanvelden en in boomgaarden, parken en tuinen. Daarmee komen ze dus ook in de buitenwijken van steden en dorpen. Het zijn in zekere zin cultuurvogels, die zijn te vinden in een groot deel van de meer vruchtbare streken van Zuidoost-Australië. Buiten de broedtijd vormen ze kleine groepen; die kunnen zich soms uitbereiden tot honderd of meer exemplaren. Ze zijn vrij plaatsgebonden en zoeken veel op de grond naar voedsel. Veel mannen kunnen erg agressief zijn. Ik heb zelf lange tijd een man gehad waar geen pop het bij uit kon houden; vaak vluchtten die uit angst het broedblok in. Hij jaagde er steeds zo achter aan dat er van voortplanting geen sprake was.

Blauwwang rosella (Platycercus adscitus adscitus)
D: Blauwangenrosella - GB: Blue-cheeked rosella
Maten en gewichten
Lengte: 30 cm. – Gewichten: man 100-105 gram. – Ringmaat: 6 mm.


Omgeving en gedrag
Blauwwang rosella’s komen voor het grootste deel voor in het tropisch en subtropisch gebied van noordoostelijk Australië. Ze zijn daar vogels van het laagland en zoeken meer open gebieden waar wel bomen groeien. Ze houden zich op in paren of kleine groepen en blijven veelal in dezelfde omgeving. Ze zoeken regelmatig naar voedsel op de grond. Hun verspreidingsgebied is vochtiger en warmer dan dat van de bleekkop rosella; in een dergelijk terrein zijn de vogels kleurrijker dan ondersoorten in minder warme en droge gebieden. De blauwwang is mogelijk de agressiefste van alle rosella’s.

Bleekkop rosella (Platycercus adscitus palliceps)
D: Blasskopfrosella - GB: Mealy rosella, pale- headed rosella
Maten en gewichten
Lengte: 32 cm. – Gewichten: man 131 gram, pop 112 gram. – Ringmaat: 6 mm.


Omgeving en gedrag
De bleekkop vertoont hierin veel overeenkomst met de blauwwang rosella; hij heeft een voorkeur voor grasland en savanne met wat bomen, bomen langs waterlopen en droge terreinen met struikachtige begroeiing. Ze verblijven wat zuidelijker dan de blauwwang, en daar is het wat droger en minder warm. De vogels zijn daar algemeen en worden veel aangetroffen in paren of kleine groepen, op de grond zoekend naar voedsel. Ze trekken niet weg. Bleekkoppen kunnen er agressief zijn, vooral in de broedtijd.

Brown rosella (Platycercus venustus)
D: Brownssittich - GB: Brown’s parrakeet
Maten en gewichten
Lengte: 28 cm. – Gewichten: man 92-112 gram, pop 88-92 gram. – Ringmaat: 5,4 cm.


Omgeving en gedrag
Brown rosella’s zijn in het noorden van Australië te vinden in open bos, vooral in de nabijheid van rivieren en andere waterlopen. Ze komen daar niet in een regelmatige verspreiding voor, op sommige plaatsen wel en op andere weer niet. Ze bevinden zich in paren of in kleine groepen van zes tot acht vogels in de toppen van de bomen of op de grond zoekend naar voedsel. In het vrije veld zijn deze parkieten erg schuw en ze blijven uit de buurt van de bewoonde wereld. Ze blijven niet op één plaats, maar trekken rond.

Stanley rosella (Platycercus icterotis)
D: Stanleysittich - GB: Stanley parrakeet
Maten en gewichten
Lengte: 27 cm. – Gewichten: man 59-80- gram, pop 52-71 gram. – Ringmaat: 5,4 cm.

Omgeving en gedrag
De Stanley is de enige rosella die het zuidwesten van Australië voorkomt; hij bewoont daarvan het natste deel. Er bestaat een voorkeur voor licht bebost gebied; open bos, bomen rond graanvelden en langs wegen, waterlopen en grasland, en in boomgaarden. Deze parkiet past zich vrij gemakkelijk aan en is een cultuurvolger, waardoor hij als vrij algemeen kan worden beschouwd. Stanley’s zwerven rond in paren of gezinsgroepen; ze laten zich zelden in grotere aantallen zien, ook niet buiten het broedseizoen. Ze zijn van alle rosella’s het minst agressief.

Psephotus (Psephotus haematonotus)
D: Singsittich - GB: Red-rumped parrakeet
Maten en gewichten
Lengte: 27 cm. – Gewichten: man 68-70 gram, pop 54-65 gram. – Ringmaat: 5 mm.


Omgeving en gedrag
Roodruggen zijn niet erg kieskeurig en komen in veel soorten terreinen voor als er maar bomen staan; alleen de echte dichte bosgebieden vermijden ze. Ze begeven zich zelfs in parken en tuinen en het zijn dan ook echte cultuurvogels, waardoor ze algemeen tot talrijk kunnen worden genoemd. De ondersoort caeruleus bevindt zich meer in echt woestijngebied, waar de gemiddelde jaarlijkse regenval niet meer bedraagt dan 10 cm. Roodruggen houden zich op in paren of kleine groepen; buiten het broedseizoen kunnen ze vluchten vormen van honderd of meer; daarbinnen lijkt de paarband altijd te blijven bestaan. Spoedig na zonsopgang gaan deze vogels drinken; daarna gaan ze naar de voedselgebieden, waar ze tot de schemering blijven. Ze scharrelen daar veel op de grond op zoek naar graszaden. Midden op de dag rusten ze.

Veelkleuren parkiet (Psephotus varius)
D: Vielfarbensittich - GB: Many-coloured parrakeet
Maten en gewichten
Lengte: 28 cm. – Gewichten: man 56-65 gram, pop 53-70 gram. – Ringmaat: 5 mm.


Omgeving en gedrag
De veelkleuren parkiet vertoont een voorkeur voor gebieden met weinig regenval; daarom zijn ze af en toe nomadisch en trekken ze rond. Ze laten zich niet zien in de buurt van steden en dorpen en niet bij grotere bomen of dichte bossen. Ze zitten wel eens in hoge eucalyptusbomen langs waterlopen, en ook veel in de zogenaamde mulga-gebieden: mulgaa is een acacia-soort, en de Australiërs noemen daarom de veelkleuren de mulga parrot. Het zal dus duidelijk zijn dat ze zijn aan te treffen in een droger gebied dan de roodrug. Ze zijn daar vrij algemeen, maar nergens talrijk. Anders dan de roodrug vormen ze zelden grote groepen, hoewel er in een enkel geval wel sprake kan zijn van een zekere groepsvorming bij voedsel- en drinkplaatsen. Meestal echter vertonen ze zich in paren of gezinsgroepjes, voedsel zoekend op de grond.

Yellow-vented blue bonnet (Psephotus haematogaster haematogaster)
D: Gelbsteisssittich - GB: Yellow-vented blue bonnet
Maten en gewichten
Lengte: 29 cm. – Gewichten: man 88-105 gram, pop 74-84 gram. – Ringmaat: 5,4 mm.


Omgeving en gedrag
Yellow-vented blue bonnets zijn te vinden in open vlakten, grasland met wat bomen, droge terreinen met struiken en bomen lans waterlopen. Ze hebben een wat vleksgewijze verspreiding, waardoor ze op de ene plaats meer te zien zijn dan op de andere. Ze zijn daar schaars tot vrij algemeen. Ze worden in veel gevallen waargenomen in paren of kleine groepen op de grond op zoek naar voedsel, in de schaduw van bomen of struiken. Als ze worden gestoord gaan de kopveren omhoog. Ze zijn erg agressief.

Red-vented blue bonnet (Psephotus haematogaster haematorrhous)
D: Rotsteisssittich - GB: Red-vented blue bonnet
Maten en gewichten
Lengte: 31 cm. – Gewichten: man 90-110 gram, pop 75-90 gram. – Ringmaat: 5,4 cm.


Omgeving en gedrag
De red-venteds houden meer dan de beide andere blue bonnets van gebieden waar redelijk regen valt. Ze hebben een voorkeur voor open vlakten waar wel wat bomen en struiken in te vinden zijn. Ook houden ze wel van grotere bomen langs waterlopen. Evenals de yellow-venteds zwerven ze veel rond in paren of kleine groepen, waarbij ze veelvuldig op de grond naar voedsel zoeken. Ook hier gaan de kopveren bij opwinding omhoog.

Naretha blue bonnet (Psephotus haematogaster narethae)
D: Narethasittich - GB: Naretha blue bonnet
Maten en gewichten
Lengte: 28 cm. – Gewichten: man 75-80 gram, pop 70 gram. – Ringmaat: 5 mm.


Omgeving en gedrag
Naretha’s komen voor in een vrij droog gebied, dat vrij beperkt van omvang is. Ze zijn sterk gebonden aan de aanwezigheid van bomen en gaan daar zelden ver vandaan. In dee streken bedraagt de jaarlijkse regenval ongeveer 200 mm, en het klimaat is er betrekkelijk gematigd.

Goudschouder parkiet (Psephotus chrysopterygius chrysopterygius)
D: Goldschultersittich - GB: Golden-shouldered parrakeet
Maten en gewichten
Lengte: 26 cm. – Gewichten: man 56 gram, pop 54 gram. – Ringmaat: 5 mm.


Omgeving en gedrag
Goudschouders komen in een heel andere omgeving voor dan de meeste Australische parkieten. Ze verkiezen open bos in de buurt van uitgestrekte vlakten waar termietenheuvels voorkomen op een zandige bodem. Deze staan in de regentijd veelal onder water, waardoor dit gebied volkomen ontoegankelijk is. Naast bomen, vooral eucalyptussen, is er sprake van struiken en andere lage begroeiing. De goudschouders verblijven hier in paren of in gezinsgroepen, en soms in wat grotere groepen als er veel voedsel is of als ze zich verzamelen bij drinkplaatsen. Ze verwijderen zich niet meer dan honderd kilometer van hun nestplaats. Het zijn goede vliegers die veel tijd op de grond doorbrengen op zoek naar graszaden.

Hooded parkiet (Psephotus chrysopterygius dissimilis)
D: Hoodedsittich - GB: Hooded parrakeet
Maten en gewichten
Lengte: 26 cm. – Gewichten: man 50-60 gram, pop 54-59 gram. – Ringmaat: 5 mm.


Omgeving en gedrag
Het verspreidingsgebied ligt in het noorden van Australië, in streken waar tussen open bos en uitgestrekte graslanden vele termietenheuvels worden gevonden. Daar kunnen de hoodeds worden gezien in paren of in gezinsgroepen, en soms in grotere getale bij drink- of rijke voedselplaatsen. Bij het naderen van de broedtijd zonderen de paren zich af. Waarschijnlijk verwijderen ze zich, evenals de goudschouders, niet verder dan honderd kilometer van hun nestgelegenheden. Deze parkieten brengen veel tijd door in de bomen, maar zoeken voornamelijk op de grond naar voedsel. Het aantal in de natuur neemt af. Man en pop kunnen de kroonveren opzetten tot een kleine kuif, wat zich voordoet bij opwinding en bij balts.

Cyanoramphus
Roodvoorhoofd kakariki
(Cyanoramphus novaezelandiae)
D: Ziegensittich - GB: Red-fronted parrakeet
Maten en gewichten
Lengte: 28 cm. – Gewichten: ongeveer 60 gram. – Ringmaat: 5,4 mm.


Omgeving en gedrag
Roodvoorhoofd kakariki’s zijn op Nieuw-Zeeland zeldzaam geworden en ze zijn daar alleen nog in de grotere oppervlakten bos aan te treffen. Het grootste deel van de dag wordt doorgebracht met het zoeken naar voedsel in de boomtoppen of in de buitenste takken van struiken. Ze komen vaak naar de grond om zaden op te nemen. Ze zijn tam en laten zich dicht benaderen.

Cyanoramphus
Geelvoorhoofd kakariki
(Cyanoramphus auriceps)
D: Springsittich - GB: Yellow-fronted parrakeet
Maten en gewichten
Lengte: 25 cm. – Gewichten: ongeveer 55 gram. – Ringmaat: 5,4 mm.


Omgeving en gedrag
Geelvoorhoofd kakariki’s zijn vrij algemeen waar grotere oppervlakten bergbossen voorkomen. Het is niet verwonderlijk dat ze veel gemeen hebben met de roodvoorhoofd; ze zijn echter meer op bomen aangewezen en zijn minder afhankelijk van planten op de grond voor hun voedsel.

Eunymphicus
Hoornparkiet
(Eunymphicus cornutus)
D: Hornsittich - GB: Horned parrakeet
Maten en gewichten
Lengte: 33 cm. – Gewichten: ongeveer 80 gram. – Ringmaat: 5,4 mm.


Omgeving en gedrag
Er is weinig van deze soort in de vrije natuur bekend. Hij bewoont vochtige bossen, die helaas in de omvang afnemen. Het gedrag is vrij onopvallend, omdat deze parkieten paarsgewijs of in kleine gezinsgroepen leven en door hun groene kleuren nauwelijks worden gezien. Ze komen wel op de grond op zoek naar iets eetbaars. Hoornparkieten zijn enigzins verwant aan de kakariki’s; ze lijken er in hun gedrag dan ook veel op.

Melopsittacus
Grasparkiet
(Melopsittacus undulatus)
D: Wellensittich - GB: Budgerigar
Maten en gewichten
Lengte: 18 cm. – Gewichten: man 26-29 gram, pop 27-29 gram. – Ringmaat: 4 mm

De lengte en de gewichten zijn van toepassing op de vogel zoals hij in de Australische natuur rondvliegt. Door een jarenlangen selectieve kweek zullen deze gegevens voor tentoonstellingvogels iets hoger kunnen liggen.
Omgeving en gedrag
De grasparkiet is in vrijwel geheel Australië te vinden, behalve in de kuststreken. Hij houdt zich vooral op in gebieden met wat bomen, in het droge binnenland en in halfdroge en halfvochtige streken; daarnaast wel in struikeucalyptussen en op agrarische gronden. In het grootste deel hiervan is de vogel talrijk, hoewel de aantallen enorm kunnen variëren. Hij is mogelijk de meest voorkomende kromsnavel in dit continent. Er zijn berichten over waarnemingen van reusachtige vluchten van soms wel 20.000 exemplaren. Er zijn zelfs eens zoveel in een eucalyptusboom gezien dat takken tot een doorsnede van vier cm afbraken. Deze verschijnselen doen zich vaak alleen maar voor in het binnenland in de buurt van water. Hoewel is aangetoond dat de grasparkiet lange tijd zonder water kan, wordt hij in de natuur zelden ver daar vandaan aangetroffen; in tijden van droogte verlaat hij de plaatsen waar de waterbronnen verdwijnen. Deze parkiet is het meest actief in de vroege morgen en tegen het vallen van de schemering, op zoek naar water en voedsel. Overdag zoekt hij een beschut plaatsje en houdt hij zich tijdens de heetste uren stil en rustig. Hij leidt een zwervend bestaan, omdat hij vaak de regens volgt.